CDT test: wat uw waarde zegt over alcoholgebruik
Een CDT test meet chronisch alcoholgebruik over de afgelopen weken. De richtlijn houdt 2,0% aan als afkappunt.
Voeg toe aan je bestelling
Geen verwijzing nodig
Toegevoegd aan je bestelling
Klik op de knop om je mandje te bekijken
Inbegrepen stoffen
1 stoffenCDT
Een CDT test meet carbohydraat deficiënt transferrine in uw bloed. Die waarde loopt op bij langdurig overmatig alcoholgebruik, niet na één avond. De Nederlandse richtlijn houdt 2,0% aan als bovengrens voor CDT.
Wat een CDT test meet
Transferrine is het eiwit dat ijzer door uw bloed vervoert. Aan dat eiwit zitten normaal twee koolhydraatketens. Een afbraakproduct van alcohol verstoort de aanhechting daarvan. Zo ontstaat koolhydraatdeficiënt transferrine CDT.
Het lab rapporteert de uitslag als percentage van het totale transferrine. Dat percentage stijgt naarmate iemand meer drinkt. Het gaat om alcoholgebruik over een periode van weken, niet om gisteren.
De waarde komt pas omhoog na minimaal een week fors drinken. In de literatuur ligt dat punt rond vijftig tot tachtig gram alcohol per dag. Dat zijn ruwweg vijf tot acht glazen per dag. Eén standaardglas telt in Nederland voor tien gram alcohol.
De bovengrens voor CDT ligt op 2,0%
De Nederlandse richtlijn over alcoholmisbruik en rijgeschiktheid noemt twee getallen. De bovengrens van het normale referentie-interval is 1,7%. Het afkappunt voor de beoordeling is 2,0%.
Boven 2,0% is chronisch overmatig alcoholgebruik waarschijnlijk. Tussen 1,7% en 2,0% ligt een grijs gebied. De meetonzekerheid bedraagt 0,3 procentpunt. Een verhoogde CDT waarde vlak boven die grens vraagt dus om herhaling.
Deze getallen horen bij de CDT-IFCC methode. Sommige labs werken met CDT HPLC. Leg uitslagen van twee methoden daarom nooit naast elkaar.
CDT en het onderzoek van het CBR
Het CBR kan een onderzoek naar uw rijgeschiktheid opleggen. Dat gebeurt vaak nadat een rijbewijs is ingevorderd. Bij dat onderzoek hoort bloedonderzoek naar alcoholmisbruik.
De richtlijn wijst CDT aan als de meest geschikte parameter daarvoor. Gamma-GT staat op de tweede plaats. MCV, ASAT en ALAT zijn er in 2020 uit gehaald. Die bleken te weinig onderscheidend.
Let op: een test die u zelf bestelt is geen CBR-keuring. Het CBR wijst zelf aan wie het onderzoek uitvoert. Onze uitslag telt daar niet mee en vervangt die keuring niet.
Wat u er wel mee kunt, is uw eigen waarde volgen. Sommige mensen doen dat tijdens een periode van geheelonthouding op de lange termijn. U weet dan waar u staat.
Wanneer een CDT test zinvol is
Deze bepaling past bij een vraag over een patroon, niet over gisteravond.
Overweeg hem als u wilt weten hoe uw gebruik van de afgelopen weken meetbaar uitpakt. Of als u een periode van onthouding volgt en de daling wilt zien.
Stopt u met drinken, dan zakt de waarde meestal in twee tot drie weken terug naar normaal. Wie langere tijd zwaar dronk, heeft daar vaak meer weken voor nodig. Bij onthouding daalt het CDT dus, maar niet bij iedereen even snel.
Wilt u weten of gisteravond nog meetbaar is? Dan past een EtG-test beter.
Wat een verhoogde uitslag nog meer kan verklaren
De test is specifiek, maar niet onfeilbaar. De richtlijn noemt een specificiteit van 91 tot 96 procent. De sensitiviteit ligt lager, tussen 36 en 51 procent.
Dat betekent twee dingen. Een verhoogde uitslag heeft meestal echt met alcohol te maken. Maar een normale uitslag sluit zwaar drinken niet uit.
Andere verklaringen zijn zeldzaam. Denk aan een erfelijke afwijking in de suikeraanhechting van eiwitten, CDG genoemd. Ook zwangerschap, ijzergebrek en leverziekte kunnen de meting verstoren. Bij vrouwen en bij overgewicht is de bepaling minder gevoelig.
Hoe de afname verloopt
Voor deze bepaling is bloed uit een ader nodig. De afname gebeurt bij een aangesloten prikpunt bij u in de buurt. U hoeft niet nuchter te zijn en een verwijzing is niet nodig.
De afname zelf duurt een paar minuten. U krijgt het percentage CDT terug, met het normale bereik erbij.
Veelgestelde vragen
U hoeft vooraf niet te stoppen met drinken. De test kijkt juist terug naar de weken ervoor. Wilt u een daling laten zien, reken dan op minimaal twee tot drie weken onthouding. Na jarenlang zwaar gebruik duurt dat langer.
De Nederlandse richtlijn houdt 2,0% aan als afkappunt. De bovengrens van het normale referentie-interval ligt op 1,7%. De meetonzekerheid is 0,3 procentpunt. Een waarde vlak boven die grens is dus niet meteen hard.
Tot 1,7% geldt als normaal bij de IFCC-methode. Labs kunnen kleine verschillen in hun normale bereik hanteren. Kijk daarom altijd naar het bereik dat op uw eigen uitslag staat.
Met deze bepaling niet voor één avond. Zij laat een patroon over ongeveer twee tot vier weken zien. Voor recent gebruik zijn andere testen geschikter, zoals EtG in urine.
Gamma-GT is een leverwaarde en stijgt door veel meer dan alcohol alleen. Deze bepaling is specifieker. De richtlijn zet CDT op de eerste plaats en gamma-GT op de tweede.
Waarop we screenen
| Nr. | Biomarker | Eenheid | Doorlooptijd |
|---|---|---|---|
| 01 | CDT | % | 7 dagen |
| Je uitslag komt binnen zodra de traagste bepaling klaar is: 7 dagen. Dit is een indicatie; de doorlooptijd verschilt per laboratorium. | |||
Voorbereiding
Voor deze bepalingen hoef je niets speciaals te doen.
- Water drinken mag altijd. Drink vooraf gewoon, dat maakt het prikken makkelijker.
- Neem je medicijnen gewoon in, tenzij je eigen arts iets anders heeft gezegd.
Dit panel uitbreiden
Zelfde afname, geen tweede afspraak.
Gerelateerde panels
Cocaïne Screening
Individuele cocaïne-metabolietscreening met laboratoriumbevestiging.
Ketamine Screening
Individuele ketamine-metabolietscreening met laboratoriumbevestiging.
Amfetamine Screening
Individuele amfetaminescreening met laboratoriumbevestiging.